Select Page

In industriële omgevingen met stof, zoals meel-, suiker- of poederfabrieken, kan zelfs een kleine vonk leiden tot een explosie. Daarom moeten ATEX-ventielen correct geïnstalleerd worden volgens de voorschriften. In dit artikel leggen we uit waar je op moet letten.

Begrijp de ATEX-zone

  • Zone 20: continu stofexplosiegevaar

  • Zone 21: regelmatig stofexplosiegevaar

  • Zone 22: incidenteel stofexplosiegevaar

Tip: Kies een ventiel dat gecertificeerd is voor de zone waarin het geïnstalleerd wordt.

Belangrijke installatiepunten

  • Plaatsing: Houd afstand tot warmtebronnen en mogelijke vonkbronnen.

  • Ventilatie: Zorg voor voldoende luchtstroming om stofophoping te voorkomen.

  • Aarding: Verzeker dat het ventiel en de omgeving goed geaard zijn.

  • Kabelinvoer: Alleen ATEX-gecertificeerde kabelinvoeren gebruiken.

  • Bescherming tegen stof: Filters of afschermingen waar nodig.

Checklist voor veilig gebruik

  • Correct zone-certificaat aanwezig

  • Ventiel en accessoires ATEX-gecertificeerd

  • Installatiehandleiding strikt gevolgd

  • Regelmatig onderhoud ingepland

 

Praktijkvoorbeeld
Bij een meelverwerkingslijn in zone 21 werden pneumatische ATEX-ventielen geïnstalleerd met afgeschermde kabelinvoer en geaard frame. Dit voorkomt vonken en minimaliseert stofophoping, waardoor de installatie veilig blijft en voldoet aan regelgeving.